OCDS - Ongeschoeide Karmel


Brief aan de hele orde over misbruik

gepubliceerd: donderdag, 12 december 2024

Eind no­vem­ber heeft P. Miguel Márquez Calle OCD, Generale Overste van de Onge­schoeide Karmelieten, een brief ge­schre­ven over machtis­mis­bruik en seksueel mis­bruik. De brief is gericht aan de gehele Orde.

Voor uw gemak kunt u het do­cu­ment hier­on­der in­te­graal lezen maar ook als pdf down­loa­den.

Brief over machtsmisbruik en seksueel misbruik

Wapen OCD

Generale Overste van de Onge­schoeide Karmelieten

Corso d’Italia, 38
00198 Roma - Italia

Dier­ba­re zusters,
Dier­ba­re broe­ders,

Met deze brief wil ik u enkele aan­wij­zingen geven over het pijn­lijke thema van mis­bruiken in het reli­gi­euze leven, waar­on­der in het bij­zon­der machts­mis­bruik en seksueel mis­bruik. De Kerk is zich bewust van deze trieste reali­teit. De com­mu­ni­ca­tiemedia hebben de aanwe­zig­heid van seksuele mis­bruiken in de Kerk (zowel aan min­der­ja­rigen als aan vol­was­se­nen) aan het licht gebracht en we zijn ons allemaal bewust van deze reali­teit. Vroe­ger bleef dit stil en geheim en werd gevraagd niet te spreken of aan de kaak te stellen, nu is alles gelukkig veran­derd in de Kerk en ook in de civiele maat­schap­pij.

Als pater generaal van de Orde heb ik in deze jaren gemerkt dat wij, de Onge­schoeide Karmelieten, niet vrij zijn van het gevaar van de ver­schil­lende vormen van mis­bruik waartegen de Kerk ons waar­schuwt en corri­geert: mis­bruik van gezag, van macht, seksueel mis­bruik, van geweten, enz.

1. De gave van een reli­gi­euze roe­ping

Ik zou willen beginnen met in her­in­ne­ring te brengen hoe de Kerk ons, manne­lijke en vrouwe­lijke reli­gi­euzen, ziet. In de Kerk zijn we een gave. Het Tweede Vati­caans Concilie beves­tigt in de Dogma­tische Con­sti­tu­tie over de Kerk Lumen Gentium: “De evan­ge­lische raden van god­ge­wijde maag­de­lijk­heid, armoede en ge­hoor­zaam­heid, gesteund op het woord en het voor­beeld van de Heer en aan­be­vo­len door de apos­te­len, de kerk­va­ders, leraars en her­ders, zijn aldus een god­de­lijke gave die de Kerk van haar Meester ont­ving en ze met zijn genade altijd bewaart” (LG 43). In het decreet over het reli­gi­euze leven Perfectae Caritatis wordt gezegd: “hoe het streven naar de volmaakte liefde door de evan­ge­lische raden zijn oorsprong vindt in de leer en het voor­beeld van de god­de­lijke Meester en hoe het verschijnt als een bij­zon­der dui­de­lijk teken van het hemelse rijk.” (PC 1).

In het­zelfde Lumen Gentium stelt het Concilie de professie van de evan­ge­lische raden voor als een totale gave van de persoon aan God en als een teken en stimulans voor alle leden van de Kerk: “Door geloften of andere gewijde ban­den die daar­mee op hun manier overeen­ko­men, verplicht de gelo­vi­ge zich tot de drie voornoemde evan­ge­lische raden en wordt hij volle­dig eigendom van God, die hij boven alles liefheeft, zodat hij op een nieuwe en bij­zon­dere rechts­grond in de dienst van God en van Gods eer is opgeno­men. ...Zo verschijnt de professie van de evan­ge­lische raden als een teken dat alle leden van de Kerk krach­tig kan en moet aantrekken om de plichten van hun chris­te­lijke roe­ping met ijver na te komen.” (LG 44).

2. Het machts­mis­bruik

Paus Fran­cis­cus beves­tigde op 25 au­gus­tus 2018 in Ierland dat, onder de ver­schil­lende soorten mis­bruik, “seksueel mis­bruik niet het eerste is. Het eerste is het mis­bruik van macht en geweten” (Civiltà Cattolica, 4038 [2018], 449). Het probleem van machts­mis­bruik in de kerk is bre­der dan seksuele intimidatie of mis­bruik. Seksueel mis­bruik is een van de uitingen van machts­mis­bruik.

Wat is machts­mis­bruik? Mis­bruik van macht bestaat uit het te buiten gaan van de eigen bevoegd­he­den of, een­vou­digweg, het over­schrij­den van de grenzen die aan het ker­ke­lijk gezag zijn gesteld. Als we het hebben over mis­bruiken, is het nood­za­ke­lijk om reke­ning te hou­den met enkele beper­kingen bij de uit­oefe­ning van gezag. In de Kerk is gezag dienst­baar­heid, en het voor­beeld is Jezus, die “niet geko­men is om gediend te wor­den, maar om te dienen en zijn leven te geven als los­prijs voor velen” (Mc 10,45).

Volgens de Codex van Canoniek Recht moeten oversten hun functie vervullen en hun gezag uit­oefe­nen in overeenstem­ming met de bepa­lin­gen van het uni­ver­se­le recht en het eigen recht (vgl. can. 617). Dit betekent dat de macht van de oversten niet wil­le­keu­rig of naar eigen goeddunken kan wor­den uit­geoe­fend. Naast de uni­ver­se­le wet van de Kerk, is er de eigen wet van elk reli­gi­eus instituut, dat tot doel heeft zijn gees­te­lijk erf­goed en zijn eigen cha­risma te be­scher­men. Oversten zijn geen mana­gers van een bedrijf, maar zijn ge­roe­pen om het cha­risma van hun reli­gi­euze familie te bewaken.

Af­han­ke­lijk van het voorwerp van mis­bruik, kan een on­der­scheid wor­den gemaakt tussen machts­mis­bruik, dat impli­ceert het te buiten gaan van de wette­lijke bevoegd­he­den, en gees­te­lijk mis­bruik, ook bekend als mis­bruik van geweten, dat het over­schrij­den impli­ceert van het vast­ge­stelde forum of de vast­ge­stelde ruimte van han­de­len. In het canonieke recht wordt on­der­scheid gemaakt tussen het externe forum, dat overeen­komt met externe objectieve criteria, en het interne forum, dat overeen­komt met het eigen per­soon­lijke geweten. Het interne forum, betekent strikt geno­men, dat wat wordt gedeeld in de biecht of in de gees­te­lij­ke be­ge­lei­ding. In deze zin bestaat gees­te­lijk mis­bruik uit een binnen­drin­gen in een sfeer die toebehoort aan andere instanties, zoals de ruimte van het geweten, dat is voorbe­hou­den aan de be­die­naar van het ver­zoe­nings­sa­cra­ment of het Apos­to­lisch Peni­tentiaire.

Deze verdui­de­lij­king is uiterst be­lang­rijk, omdat reli­gi­euze ge­hoor­zaam­heid aan superieuren alleen bin­dend is wanneer zij han­de­len binnen de reikwijdte van hun bevoegd­he­den, die onder andere wor­den aangeduid door hun eigen recht, d.w.z. de Con­sti­tu­ties, en in de ruimte van het juiste forum (het externe forum). Elke eventuele overschrij­ding van hun bevoegd­he­den door superieuren maakt hun beslis­singen ondoeltreffend en verplichten bijge­volg niet tot ge­hoor­zaam­heid. Tege­lijker­tijd leidt het over­schrij­den van de eigen bevoegd­he­den tot machts­mis­bruik.

De Codex van Canoniek Recht bena­drukt de ernst van de mis­bruiken en stelt de straffen vast voor degenen die “mis­bruik maakt van het ker­ke­lijke macht, een ker­ke­lijk ambt of een ker­ke­lijke bedie­ning” (can. 1378 §1). Tot be­stuurs­macht ...die ook juris­dic­tie­macht genoemd wordt, zijn volgens de voor­schriften van het recht bekwaam zij die een heilige wij­ding ont­van­gen hebben. (can. 129), terwijl " § 1 Een ker­ke­lijk ambt is elke taak krachtens hetzij god­de­lijke hetzij ker­ke­lijke orde­ning duur­zaam inge­steld, uit te oefenen tot een gees­te­lijk doel. " (can. 145 §1).

Op basis van het do­cu­ment Voor nieuwe wijn, nieuwe wijn­zakken, van de toen­ma­lige Con­gre­ga­tie voor de In­sti­tu­ten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apos­to­lisch Leven (2017) kunnen enkele gevallen van machts­mis­bruik wor­den geïden­ti­fi­ceerd:

  • Alles centraliseren in de persoon die het gezag uitoefent, waarbij bestuur­lijke hulporganen zoals de Raad of het Kapit­tel wor­den omzeild.
  • Verzuimen van juiste en adequate in­for­ma­tie te ver­strek­ken.
  • Niet-nale­ving van canonieke normen.
  • Manipulatie van de vrij­heid en de waar­dig­heid van mensen, door “hen te reduceren tot een totale af­han­ke­lijk­heid die hun waar­dig­heid en zelfs hun fun­da­men­tele mensen­rechten kwetst” (n. 20).
  • Beper­king of afschaf­fing van medeverant­woor­de­lijk­heid tussen de leden van de ge­meen­schap.
  • Behoud van het status quo met argu­menten als: “het is altijd zo gedaan” (n. 19).
  • Al vele jaren geen ver­an­de­ring in het toekennen van functies.

Tijdens de bij­een­komst in Nemi met de voorzitsters en af­ge­vaar­dig­den van de Federaties en Associaties van de Onge­schoeide Karme­lie­tes­sen voor de her­zie­ning van de Con­sti­tu­ties in april 2024, hebben we dui­de­lijk ge­spro­ken over de nood­zaak van onder­schei­ding en be­ge­lei­ding. Ik raad u aan de con­fe­ren­tie “De Tere­si­aanse Karmel vandaag” te herlezen. Ik herinner me enkele be­lang­rijke ideeën: "verstikkende omge­vingen en over­ma­tige controle (ik heb het niet over de nood­zaak van orde en discipline) bestaan nog steeds in kloosters en conventen, waardoor het ver­trouwen wordt geschaad en zoveel verdriet wordt veroor­zaakt. Teresa wil een veeleisende stijl en een genereuze toe­wij­ding, in een klimaat van ver­trouwen, van vrij­heid, waar men kan ademen en waar "ie­der­een van elkaar moet hou­den". Te­gen­woor­dig zijn er ook enkele kwalen: manipulators begif­tigd met charme, mensen die verlei­den, die een vrien­de­lijke en fas­ci­ne­rende kant hebben en geen tegen­stan­ders of anders­den­ken­den ac­cep­teren. Ze hou­den van je, maar de dag dat je niet op hun muziek danst, maken ze je het leven onmoge­lijk. Er bestaat ook emo­tio­nele chantage en mis­bruikers ver­an­de­ren in slacht­of­fers als ze wor­den tegen­ge­spro­ken of als er een andere mening is. We moeten onze ogen openen en ge­meen­schappen creëren waar er tran­spa­ran­tie en waar­heid is, met volwassen mannen en vrouwen die hun eigen grenzen erkennen en zich laten helpen. We moeten ons leven opruimen en "ons ontdoen van mislei­ding". Het is nood­za­ke­lijk om degenen te helpen die, om hun complexen te be­scher­men, hun toevlucht nemen tot streng­heid en een over­ma­tige autoritaire hou­ding jegens anderen” (Miguel Márquez Calle, El Carmelo Teresiano hoy [Nemi, 16 april 2024]).

Aan de andere kant moeten we ook het gevaar vermij­den om elke uit­oefe­ning van gezag of correctie als machts­mis­bruik te be­schou­wen. Er bestaat name­lijk het risico van een over­dre­ven subjectivisme: om - zon­der onder­schei­ding of oprechte dialoog - elke sug­ges­tie of in­stel­ling van meer­de­ren als mis­bruik te be­schou­wen. Met de gelofte van ge­hoor­zaam­heid hebben wij reli­gi­euzen vrijwillig aanvaard om altijd en in alles de wil van God te zoeken, en de bemid­de­ling van de oversten is een waarde­volle hulp. Het is niet aanvaard­baar om ons te ont­trek­ken aan de ver­plich­ting die we hebben om de legitieme beslis­singen van de oversten te gehoor­za­men onder het voorwendsel van moge­lijk mis­bruik van gezag.

3. Seksueel mis­bruik in het god­ge­wijde leven

Het is bekend dat we de laatste jaren op sociale net­werken publi­ca­ties lezen over mis­bruik binnen de Kerk, niet alleen tegen min­der­ja­rigen, maar ook tegen zusters; meestal is de mis­bruiker in deze gevallen een manne­lijke reli­gi­eus.

In de Tere­si­aanse Karmel zijn er helaas gevallen geweest van reli­gi­euze pries­ters die zusters hebben mis­bruikt. Zij ver­trouw­den deze pries­ters als gezag­heb­ben­den (oversten), biecht­va­ders, gees­te­lij­ke lei­ders of als broe­ders met het­zelfde cha­risma. Som­mi­ge van onze broe­ders hebben gefaald in hun reli­gi­euze toe­wij­ding en in hun verant­woor­de­lijk­he­den als oversten, biecht­va­ders, gees­te­lij­ke lei­ders en als broe­ders.

In de afgelopen jaren heeft de Kerk enkele do­cu­menten ge­pu­bli­ceerd die helpen om de trieste reali­teit van seksueel mis­bruik aan te pakken. Het motu proprio Vos estis lux mundi [Gij zijt het licht van de wereld] (VELM) van paus Fran­cis­cus (ge­pu­bli­ceerd op 7 mei 2019 en bij­ge­werkt op 25 maart 2023), de vrucht van een ont­moe­ting in Rome tussen de paus en alle voor­zit­ters van de bis­schop­pen­con­fe­ren­ties van de uni­ver­se­le Kerk, is een interdis­ci­pli­nair do­cu­ment dat moet wor­den uitge­voerd vanuit de ver­schil­lende di­cas­te­ries: Ge­loofs­leer, Oosterse Kerken, Bis­schop­pen, Evangeli­sa­tie, Clerus en In­sti­tu­ten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apos­to­lisch Leven (cf. VELM, art. 7).

In dit do­cu­ment van de Uni­ver­se­le Kerk wordt seksueel mis­bruik beschouwd als een mis­daad die erns­tige schade toe­brengt aan de slacht­of­fers: “De misda­den van seksueel mis­bruik bele­digen Onze Heer, veroor­zaken licha­me­lijke, psy­chi­sche en gees­te­lij­ke schade aan de slacht­of­fers en scha­den de ge­meen­schap van de gelo­vi­gen.” (VELM, Inl.).

  • “Misda­den van seksueel mis­bruik bele­digen Onze Heer.” In dit geval is seksueel mis­bruik binnen het gewijde reli­gi­euze leven een mis­daad: het is een mis­daad door de schen­ding van de gelofte van kuis­heid, van reli­gi­euze toe­wij­ding en zelfs van het sacra­ment van de biecht, wanneer het in deze context gebeurt (vgl. can. 1395 §3).
  • “Ze veroor­zaken fysieke, psycho­lo­gische en gees­te­lij­ke schade aan de slacht­of­fers.” De negatieve gevolgen voor het slacht­of­fer van welke vorm van seksueel mis­bruik dan ook zijn objec­tief. Zelfs als de slacht­of­fers vol­was­se­nen zijn en geen min­der­ja­rigen, laat mis­bruik in een context van ver­trouwen ten opzichte van de mis­bruiker - of dat nu binnen het sacra­ment van ver­zoe­ning, van gees­te­lij­ke be­ge­lei­ding of van vor­ming is- altijd diepe won­den achter die moei­lijk te helen zijn. Het slacht­of­fer moet psycho­lo­gische of psychiatrische hulp zoeken om de trauma's van seksueel mis­bruik op een van de bo­ven­ge­noem­de gebie­den te boven te komen.
  • “Ze scha­den de ge­meen­schap van de gelo­vi­gen.” De hele ge­meen­schap wordt getroffen door het schandaal van de mis­bruiken door pries­ters of reli­gi­euzen gepleegd, die pijn en ontsteltenis veroor­zaken bij alle gelo­vi­gen.

Paus Fran­cis­cus wijst ons op de stappen om mis­bruik in de Kerk te voor­ko­men: “Opdat deze gevallen, in al hun vormen, niet meer zou­den gebeuren, is een voort­du­rende en diep­gaande beke­ring van de harten nodig, vergezeld van concrete en doeltreffende acties waarbij ie­der­een in de Kerk betrokken is, zodat per­soon­lijke hei­lig­heid en moreel engage­ment bijdragen tot het bevor­de­ren van de volle geloof­waar­dig­heid van de evan­ge­lie­ver­kon­di­ging en de doeltreffend­heid van de zen­ding van de Kerk” (VELM, Intr.).

  • “Opdat deze gevallen, in al hun vormen, niet meer zou­den gebeuren.” Gecon­fron­teerd met deze pijn­lijke reali­teit heeft de Kerk mid­de­len, do­cu­menten en vor­mings­pro­gramma's aan­ge­bo­den om seksueel mis­bruik te bestrij­den en te voor­ko­men.
  • “Er is een voort­du­rende en diep­gaande beke­ring van de harten nodig.” De eerste oproep van de Kerk om seksueel mis­bruiken te con­fron­teren en te bestrij­den is de oproep tot beke­ring van het hart, waarvoor beke­ring van geest en ideeën nood­za­ke­lijk en essentieel is. God werkt in het hart van allen en geeft de gave van beke­ring; toch zal er geen echte beke­ring zijn als er geen beke­ring is van de manier van denken die de beke­ring van het hart en een nieuw gedrag in de persoon motiveert. God is echter vrij om op elk moment en in elke omstan­dig­heid te han­de­len en beke­ring te verlenen.
  • “Vergezeld van concrete en doeltreffende acties waarbij ie­der­een in de Kerk betrokken is.” Concrete acties zullen doeltreffend zijn in de mate dat men zich laat lei­den door de Geest van inner­lijke en uiter­lijke beke­ring. Het is nood­za­ke­lijk om de stap te zetten - wat al een beke­ring is - om het slacht­of­fer te verwel­ko­men met alles wat hij heeft gele­den, de agressor te con­fron­teren met de waar­heid van zijn daden en de bijbe­ho­rende sancties toe te passen, of ze nu bestraffend of medici­naal zijn. Over het alge­meen hebben we de nei­ging om de agressor te be­scher­men, en daarom zijn de gevolgen voor de Kerk pijn­lijk en verdrie­tig geweest. Beke­ring van het hart impli­ceert de smeek­bede tot God om beke­ring wat betreft het denken, de rede, de aanklacht van het slacht­of­fer en de verant­woor­de­lijk­heid van de agressor.
  • “Op zo'n manier dat per­soon­lijke hei­lig­heid en morele be­trok­ken­heid kunnen bijdragen tot het bevor­de­ren van de volle­dige geloof­waar­dig­heid van de evan­ge­lie­ver­kon­di­ging en de effec­ti­vi­teit van de zen­ding van de Kerk.” Volgens het Tweede Vati­caans Concilie is het reli­gi­euze leven een teken van de toe­koms­tige goe­de­ren en een antici­patie op het eeuwige leven (vgl. LG 44). Het feit van mis­bruik in het reli­gi­euze leven besmeurt het god­ge­wijde leven in al zijn dimensies, tot op het punt dat het de ker­ke­lijke zen­ding zelf bezoedelt.

Het is daarom heel be­lang­rijk, en ik vraag, dat men in de vor­mings­pro­gramma's van de Onge­schoeide Karmelieten en de Onge­schoeide Karme­lie­tes­sen kwesties over dialoog, oprecht­heid, samen­wer­king en ware vriend­schap, vooral met betrek­king tot de affec­ti­vi­teit en de seksua­li­teit wor­den aangepakt op een respect­volle manier en met de hulp van compe­tente personen. Dat vor­me­lin­gen in vor­mings­mees­ters en bege­lei­ders (die volwassen mensen moeten zijn) voldoende ver­trouwen kunnen vin­den om hun trauma's, won­den, moei­lijk­he­den, uit­dagingen en vooral de rijkdommen die de gave van kuis­heid inhoudt, te kunnen uiten. Dit is een thema dat altijd moet rijper wor­den, geculti­veerd zon­der engelach­tig­heid, zon­der minach­ting voor het lichaam, de schoon­heid van Gods schep­ping erkennend, met dank­baar­heid beleefd in een familie­ge­meen­schap. Het is een reali­teit die altijd ver­zorgd en begeleid moet wor­den.

4. Het misdrijf van seksueel mis­bruik en het toedekken

Seksueel mis­bruik, gekop­peld aan mis­bruik van gezag, is een erns­tige aan­slag op de waar­dig­heid van de kin­de­ren van God en is vooral erns­tig wanneer het voor­komt binnen de Kerk en in het god­ge­wijde leven. De apostel Paulus schrijft aan de chris­te­nen in Korinthe: “Weet gij niet, dat uw lichaam de tempel is van de heilige Geest, die in u is, die gij van God ont­van­gen hebt” (1 Kor 6,19). De Kerk heeft terecht de maat­regelen ver­sterkt om mis­bruik te voor­ko­men en mis­bruikers te straffen.

In het motu proprio Vos estis lux mundi wordt inge­gaan op wie de on­der­wer­pen zijn en het toepas­sings­ge­bied van het misdrijf van seksueel mis­bruik. Met betrek­king tot in­di­vi­duen wordt aange­ge­ven dat “§1. Deze normen van toepas­sing zijn op mel­dingen be­tref­fen­de gees­te­lij­ken of leden van de In­sti­tu­ten van het Gewijde Leven of Sociëteiten van het Apos­to­lisch Leven en moderatoren van inter­na­tio­nale vereni­gingen van gelo­vi­gen die erkend of opgericht zijn door de Apos­to­lische Stoel.” De misda­den waar­naar wordt verwezen zijn misda­den tegen het zesde gebod van de Decaloog: “het dwingen van iemand, door geweld of bedrei­ging of door mis­bruik van het gezag, om seksuele han­de­lin­gen te ver­rich­ten of te onder­gaan” of gepleegd “met een min­der­ja­rige of met een persoon die ge­woon­lijk een onvolmaakt gebruik van de rede heeft of met een kwets­ba­re vol­was­se­ne” (VELM 1,1).

In de nieuwe canonieke strafwet­ge­ving, her­vormd door paus Fran­cis­cus in 2021, zijn straffen toe­ge­voegd voor degenen die “door geweld, bedrei­ging of mis­bruik van zijn gezag, een misdrijf pleegt tegen het zesde gebod van de Decaloog of iemand dwingt seksuele han­de­lin­gen te ver­rich­ten of te onder­gaan”; deze straffen gel­den zowel voor gees­te­lij­ken (can. 1395 §3), “als voor ieder lid van een Instituut van gewijd leven of een Sociëteit van Apos­to­lisch leven, en voor iedere gelo­vi­ge die een waar­dig­heid geniet of een ambt of functie bekleedt in de Kerk” (can. 1398 §2).

Na deze korte re­flec­tie vraag ik, samen met de hele Kerk en de Orde, aan alle reli­gi­euzen die in de Tere­si­aanse Karmel zijn gewijd om niet ver­der te gaan in de cultuur van zwijgen en toedekken. Integen­deel, we moeten alle vormen van seksueel mis­bruik of seksuele intimidatie aan de kaak stellen. Zwijgen heeft geen po­si­tie­ve re­sul­taten opgeleverd, noch voor de Kerk noch voor de Orde. Er is geen plaats in de Kerk of in de Tere­si­aanse Karmel voor mis­bruikers die geen berouw tonen, die in hun zonde volhar­den, die hun ziekte niet erkennen. Degenen die enige zwakte of ziekte op dit gebied hebben, moeten on­mid­del­lijk hulp zoeken, voordat ze iemand schade toe­bren­gen. We zijn allemaal zon­daars, dus hebben we allemaal beke­ring, hulp nodig en laten we ons nederig lei­den en corri­geren.

De oproep van de laatste pausen tot “nultole­ran­tie” in gevallen van mis­bruik van min­der­ja­rigen geldt ook voor gevallen van mis­bruik van reli­gi­euze vrouwen. Niemand kan het zich ver­oor­lo­ven om een aan God gewijd persoon te belagen of te mis­bruiken, laat staan onder het voorwendsel van “theo­lo­gieën” van het lichaam, van de seksua­li­teit of van de vrij­heid, die mis­bruik en manipulatie maskeren.

Als pater generaal van de Orde vraag ik ver­gif­fe­nis aan allen die, in de context van de Karmel, gele­den hebben of lij­den onder enige vorm van mis­bruik door een van onze broe­ders of zusters, reli­gi­eus of leek. Degenen die enige nei­ging tot mis­bruik hebben, spoor ik aan onverwijld hulp te zoeken en zich te laten be­ge­lei­den, om geen schade te veroor­zaken of het te her­stel­len voor het geval u het al hebt begaan. Ik vraag voor alle slacht­of­fers de gene­zing van hun angsten, van hun won­den en het herstel van hun vrij­heid, hun vreugde en hun waar­dig­heid.

Vandaag de dag betekent wan­de­len in de waar­heid voor de Tere­si­aanse Karmel elke vorm van mis­bruik aan de kaak stellen en werken om ge­rech­tig­heid en naasten­liefde te vin­den. Laten we er niet bij betrokken raken door angst of vals respect. We moeten bang zijn voor leugens, niet voor de waar­heid. Aan allen vraag ik nede­rig­heid om ons te laten on­der­schei­den en corri­geren, gebed, moed, oprecht­heid.

De passie van de heilige Teresa was om een Karmel te creëren die in waar­heid en in een gezonde ge­meen­schap met God en met anderen zou wan­de­len. Wandelen in de waar­heid, met oprecht­heid en ver­trouwen, in ware vriend­schap, is het Tere­si­aanse ideaal. Laten we zorg dragen voor deze kost­ba­re schat die God ons heeft gegeven.

 

Asunción (Paraguay)
21 no­vem­ber 2024
Feest van de Opdracht van Maria in de Tempel

 

Pater Miguel Márquez Calle OCD
Generale Overste