OCDS - Ongeschoeide Karmel


Brief van pater Generaal Márquez

gepubliceerd: donderdag, 16 juli 2026
Our Lady of Mount Carmel by Pietro Novelli, 1641
Our Lady of Mount Carmel by Pietro Novelli, 1641

Nog net vóór de Grote Vakantie ont­vingen we deze brief van pater generaal, Miguel Márquez. Het is een Neder­landse vertaling uit het Frans.

Feest OLV van de Berg Karmel

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel wordt elk jaar op 16 juli gevierd. Het is een be­lang­rijke Mariale feest­dag, vooral binnen de Karmelietenorde. Volgens de traditie verscheen Maria op deze dag in 1251 aan de heilige Simon Stock en gaf hem de bruine scapulier met de belofte van bescher­ming en red­ding. Het feest her­denkt de moe­der­lijke zorg van Maria en de spi­ri­tu­ele band met de Berg Karmel. We­reld­wijd vin­den op deze dag speciale missen, pro­ces­sies en scapulier­wij­dingen plaats. Voor veel gelo­vi­gen is het een dag van toe­wij­ding, gebed en hoop op Maria’s voor­spraak.

Bekleed met de Maagd Maria
Geleid door de Heilige Geest,
Een hernieuwd verbond: het scapulier

Beste broe­ders en zusters van de grote familie van de tere­si­aanse Karmel, monialen, leken, broe­ders, aan­ge­slo­ten con­gre­ga­ties, pries­ters, jullie allen die de karmel­spi­ri­tua­li­teit beleven, evenals al onze vrien­den en onze families. Ik groet u met grote vreugde op deze plech­tige feest­dag van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel, waar u ook bent en wat voor moment u ook doormaakt.

Ik ben deze maand juli be­gon­nen in het Heilige Land, in ons hei­lig­dom van Stella Maris, op de berg Karmel, onder de blik van Maria, vlakbij de bron van Elia, dit moment delend met mijn broe­ders en zusters uit deze streken, die ik bedank voor hun ge­tui­ge­nis en hun waarde­volle aanwe­zig­heid. Ik stel de gehele Orde onder de bescher­ming en zorg van Maria, met volle­dig ver­trouwen in haar moe­der­lijke zorg­zaam­heid.

Ik wil drie gedachten met u delen: bekleed met het scapulier, gedreven door de Heilige Geest, en getuigen van de erva­ring van God.

Wij, de karmelieten, voelen en weten dat wij de geliefde kin­de­ren en broe­ders van Maria zijn. Zij heeft ons een teken van deze liefde ge­schon­ken in het scapulier, dat haar aanwe­zig­heid en haar werken in het hart van ieder van ons sym­bo­li­seert. Wij willen altijd bekleed met Maria leven. Zij werd, volgens de woor­den van de heilige Johannes van het Kruis, „vanaf het begin bezield door de Heilige Geest” (3 BK 2,10). Ook wij willen, net als zij ge­hoor­zaam aan de Heilige Geest, altijd op weg zijn, geleid onder haar blik en door haar hand, dit his­to­rische moment aan­vaar­dend met nederige moed en onverschrokken vreugde.

Ik wil jullie vandaag in het bij­zon­der uit­no­di­gen om ons door Maria te laten terug­voeren naar die eerste erva­ring van het gebed in de Geest, naar de eenvoud van de eerste liefde, om ons onder te dompelen in een diep gebed dat ons, net als Teresa van Ávila, ertoe brengt het gebedsleven en de passie voor Jezus door te geven. Opnieuw novicen en tege­lijker­tijd, door ons leven, meesters van deze erva­ring en deze ont­van­gen gave.

1. De gave van het scapulier en de mariale dimensie van de Karmel

1.1. Met dank­baar­heid gedenken

Dit jaar viert de hele Karmel­fa­mi­lie, O Carm - OCD, samen met allen die een gods­vrucht tot het scapulier koes­te­ren, de 775e ver­jaar­dag van het geschenk van het scapulier.

Het is 25 jaar gele­den dat paus Johannes Paulus II op 25 maart 2001 een bood­schap over het scapulier richtte aan de twee algemene oversten van O Carm. en OCD, en dat de circulaire brief „Met Maria, de Moeder van Jezus; de Maagd in het leven van de Karmel”, opge­steld door de twee algemene oversten, Joseph Chalmers en Camilo Maccise, werd ge­pu­bli­ceerd; twee uitstekende do­cu­menten die ik u uitno­dig om opnieuw te lezen en te medi­te­ren, zowel van­wege hun theo­lo­gische diepgang als van­wege hun pas­to­rale bena­dering.

1.2. De voort­du­rende uit­daging om de mariale spiri­tua­li­teit te vernieuwen

Het scapulier is een teken van de mariale dimensie van onze roe­ping: leven in dienst van Jezus Christus, in navol­ging van de Maagd Maria. Een samen­vat­ting van onze roe­ping en onze toe­wij­ding, of die nu voort­komt uit het doopsel of een reli­gi­euze toe­wij­ding is.

In de lijn van deze do­cu­menten willen we de theo­lo­gie, de spiri­tua­li­teit en de pas­to­rale zorg rond het scapulier blijven ver­die­pen. Uit recente enquêtes die in de hele Orde zijn gehou­den over ons mariale leven, blijkt de diepe waar­de­ring van onze familie voor de gave van het scapulier, evenals de centrale plaats die het nog steeds inneemt in onze pas­to­rale zorg. Deze bewe­ging, die ons uitno­digt om de mariale spiri­tua­li­teit en de devotie tot het scapulier te vernieuwen en te ver­die­pen, vindt haar wor­tels in de nood­zaak en de urgentie van een authen­tieke evan­ge­lische theo­lo­gie, spiri­tua­li­teit en pas­to­rale zorg. Bekleed met Maria herinnert het een­vou­dige en nederige teken van het scapulier ons aan de nood­zaak om terug te keren naar de schoon­heid, de fris­heid en de moed van de eerste liefde. Maria doet in ieder van ons de pelgrims­tocht van de hoop herleven in een wereld die gecon­fron­teerd wordt met de toe­ne­mende onzeker­heid over de toe­komst. Bekleed met Maria gaan we de uit­daging aan om de toe­komst tegemoet te tre­den met de ver­trouwde zeker­heid dat onze Moeder en onze Zuster ons niet in de steek zal laten en altijd aan onze zijde zal staan.

Al enkele jaren zetten we ons in voor deze dyna­miek, door elke karmelietes, elke leek en elke broe­der van de Karmel uit te nodigen om de mariale dimensie, de intimi­teit met Maria en de dialoog met haar te koes­te­ren, als een school van vernieu­wing voor onze vriend­schap met Jezus en een herople­ving van ons gebedsleven. Het moment is geko­men om ons opnieuw af te vragen hoe ons gebedsleven er wer­ke­lijk uitziet, en of onze vriend­schap met Jezus groeit. Alles wat met Maria te maken heeft, leidt ons naar de erva­ring dat we kin­de­ren zijn in de Zoon. Maria vormt ons naar het beeld van de Zoon die uit haar schoot is voortge­ko­men, en nodigt ons uit om één te wor­den met Hem. Dit alles herinnert ons het scapulier, dat een samen­vat­ting is van dit Verbond met Jezus.

Vanuit het generaal Huis hebben we enkele sug­ges­ties en ini­tia­tie­ven in gang gezet: we hebben een groep voor het mariale leven opgericht; we komen regel­ma­tig bijeen om na te denken over dit thema van ons cha­risma; we hebben een enquête gehou­den onder de hele Orde om een stand van zaken op te maken van de mariale spiri­tua­li­teit op cha­ris­ma­tisch, theo­lo­gisch, devotioneel en pas­to­raal vlak; de oprich­ting van een mariale blog, die ik u van harte aanbeveel te raadplegen, waar we alles publiceren wat de Karmel betreft het meest bete­ke­nis­vol lijkt; de brieven die ik heb verstuurd ter gelegen­heid van de laatste ver­jaar­da­gen van het hoog­feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel; de voort­du­rende bezieling tij­dens de pas­to­rale en broe­der­lijke bezoeken over de hele wereld... en niet te vergeten de talrijke ini­tia­tie­ven die ik heb kunnen waar­ne­men in zoveel ge­meen­schappen en circumscripties van de Orde: cursussen over mario­lo­gie en mariale spiri­tua­li­teit, studie-weeken­den, publi­ca­ties, bede­vaarten naar Maria-hei­lig­dommen, vie­rin­gen... Ik had de indruk dat deze mariale dyna­miek door velen werd gezien als een geschikte en nood­za­ke­lijke oproep voor de tijd waarin we leven. We voelen nog steeds dat Maria de drijvende kracht is achter een nieuw Pink­ste­ren voor de Kerk en voor de Karmel. Zo ervaar ik het in alle uit­hoeken van de wereld die ik heb mogen bezoeken.

Andere ini­tia­tie­ven, aspiraties en projecten wor­den aange­moe­digd door deze groep voor mariaal leven die we samen met de broe­ders van ons huis in Fatima hebben opgericht: een bij­een­komst van karmeli­taanse mariologen, de organi­sa­tie van een theo­lo­gisch congres over de mariale spiri­tua­li­teit van de Orde. We hebben de theologen gevraagd naar de mariale en mario­lo­gische perspectieven en sleu­tels die we moeten verkennen en bestu­de­ren. Er staat een bij­een­komst op het pro­gram­ma van karmelieten die werk­zaam zijn in mariale hei­lig­dommen, om te dis­cus­si­ëren over de pas­to­rale zorg en de mariale devotie, over de uit­wer­king van fun­da­men­tele vor­mings­the­ma’s van ons cha­risma en hun relatie met Maria...

Terug­kij­kend op de stappen die we de afgelopen jaren hebben gezet en die we nog willen zetten, wil ik ook de provinciale kapit­tels bedanken voor de waar­de­ring die zij hebben getoond voor deze vernieu­wings­be­we­ging. Wij ver­trouwen de hele afgelegde weg, en die welke ons nog te wachten staat, toe aan Maria, Koningin en Schoon­heid van de Karmel, opdat wij de top van de Berg, die Christus is, mogen bereiken, bekleed met het scapulier van Maria.

2. De Maagd Maria en de heilige Johannes van het Kruis

2.1. Een diepe en intieme band

Naast de vie­rin­gen ter gelegen­heid van de 775e ver­jaar­dag van de overhan­diging van het scapulier vieren we in dit jaar 2026 het jubileum­jaar van de heilige Johannes van het Kruis: de 300e ver­jaar­dag van zijn heilig­ver­kla­ring en de 100e ver­jaar­dag van de uitroe­ping tot kerk­le­raar. De ver­wij­zingen naar Maria in de ge­schrif­ten en het leven van de heilige Johannes van het Kruis zijn niet talrijk; toch kan wor­den gezegd dat haar aanwe­zig­heid daarin intens en diep­gaand is. We be­schik­ken over enkele passages van zeer grote leerstellige en theo­lo­gische rijkdom.

Som­mi­ge bio­­gra­fieën wijzen op een voor­keur voor de Karmel als bron van zijn roe­ping, van­wege de bij uitstek mariale en con­tem­pla­tieve dimensie van de orde. Terwijl hij van plan was om toe te tre­den tot de Kartuizerorde, wist Teresa van Ávila hem te overtuigen om mee te werken aan haar stich­tings­pro­ject, door hem uit te nodigen om mee te werken aan de her­vor­ming van de manne­lijke tak. Hij nam de uit­daging aan om door te gaan het scapulier te dragen, binnen de Orde van Maria, in de geest van broe­der­schap en vernieu­wing van de heilige Teresa. Andere details over de relatie met en de aanwe­zig­heid van Maria in het leven van de heilige zijn tot ons geko­men in de vorm van ‘fioretti’ en zijn niet zo veelzeggend als wat zijn ge­schrif­ten over Maria onthullen, als weer­spie­geling van zijn denken en zijn mariale erva­ring.

2.2. Fun­da­men­tele leer

De sanjuanis­tische ge­schrif­ten be­tref­fen­de Maria zijn van grote theo­lo­gische en spi­ri­tu­ele diepgang. Onder deze passages wil ik, als een van de meest waarde­volle, die be­na­druk­ken die hij ons heeft nagelaten in het derde boek van De Bestij­ging van de Berg Karmel: “Zo was het met de zeer glorierijke Maagd, Onze-Lieve-Vrouw. Vanaf het begin immers was Zij tot deze hoge staat verheven (van volmaakte zielen). Nooit drong in Haar ziel de indruk van enig schepsel door; nooit werd Zij door zo’n indruk tot iets aan­ge­zet. Steeds was het de Heilige Geest die Haar bewoog.” (3 BK 2,10). Ik herinner me dat pater Otilio Rodríguez, zali­ger ge­dach­te­nis, zei dat dit citaat evenveel waard is als een hele verhan­de­ling over mario­lo­gie (geci­teerd door Ismael Bengoechea in Ephemerides Mariologicae 31 (1981), p. 54).

Deze volg­zaam­heid aan de Heilige Geest, deze manier - als u mij de uitdruk­king toe­staat - om te dansen zoals Maria op de klanken van de muziek van de Geest, op het ritme van de Geest, vormt de inner­lijke oefe­ning die wij haar zou­den willen vragen ons te leren en aan te moe­digen: niet willen dansen naar de pijpen van wie dan ook, noch ons laten lei­den door een andere ambitie of de wens om te behagen, noch door de angst dat we niet zijn wat anderen van ons ver­wach­ten. Laten we Maria om deze trouw en deze fijn­ge­voelig­heid van hart vragen. De Maagd Maria werd vanaf het begin verheven tot “die verheven toestand” van liefde­volle een­heid met God; wij, met onze hele ge­schie­de­nis, ons verle­den, onze levensweg, bestaande uit successen en zwak­he­den, misluk­kingen en verwezenlij­kingen, zowel in te­gen­spoed als in voorspoed, wij blijven niet steken in de ne­ga­ti­vi­teit of de beper­kingen van onze klein­heid, maar stellen ons hart altijd open, bij de ingang van de grot, zoals Elia, voor de wind die het hele leven van Maria heeft bezield en van haar een Tuin heeft gemaakt, de Karmel van haar welwillend­heid. Wij roepen Maria aan opdat zij ons trouw maakt aan een liefde, gewor­teld in dit verlangen van de Geest om ons leven en onze ge­meen­schappen te ver­an­de­ren naar het beeld van Jezus. Wer­ke­lijk spi­ri­tu­eel, mariaal, authen­tieke karmelieten.

2.3. Zeer actuele kwesties

We leven in een moei­lijke en onstabiele tijd; we zien een terugval in veel delen van de Orde, evenals een groei in andere, maar te mid­den van grote onzeker­heid. We wor­den ge­dwon­gen om de struc­tu­ren te herover­we­gen en datgene wat vroe­ger als onveran­der­lijk werd beschouwd. De tekst van de Ver­kla­ring over het cha­risma ver­woordt dit prach­tig in para­graaf 3: we moeten ons niet zozeer bezig­hou­den met de toe­komst als wel met de verborgen bron waaruit onze hoop ontsp­ringt en wordt gevoed. Maria helpt ons om te on­der­schei­den wat op dit moment be­lang­rijk is en wat rela­tief is. We vragen haar om ver­lich­ting om te weten hoe we moeten kiezen en hoe we een stap vooruit of opzij kunnen zetten.

We leven in een tijd die van ons vraagt dat we ons niet op ons­zelf terugplooien en dat we niet gevangen blijven in nostalgie. De heilige Johannes van het Kruis, die bovenal op zoek was naar de vereni­ging met God, zegt ons over Haar dat Zij altijd bezield is geweest door de Heilige Geest. Wat bezielt ons, per­soon­lijk en als ge­meen­schap, op een bij­zon­dere manier? Ook de dis­ci­pe­len waren achter gesloten deuren ge­ble­ven uit angst voor de Joden. De verlei­ding van de gesloten deur vormt altijd een bedrei­ging voor het nieuwe van elk tijdperk. En we weten dat de vrucht­baarste periodes van de Karmel die waren waarin men het meest intens de fragili­teit, het verlies, de ver­vol­ging of de kwets­baar­heid heeft ervaren. Onze heiligen zijn meesters in de kunst om zich door de Geest te laten bezielen op momenten dat de verlei­ding om te vluchten het grootst werd. De Geest en Maria vragen ons om aan­dach­tig te luis­te­ren, om moe­dige keuzes te maken die niet wor­den inge­ge­ven door angst of gebrek aan ver­trouwen; om de moed van het geloof op het spel te durven zetten, evenals de nede­rig­heid, de voorzich­tig­heid en de wijs­heid van hen die weten te herkennen wanneer het moment is geko­men om een nieuwe weg in te slaan, een aanwe­zig­heid te beëindigen of een geheel nieuwe erva­ring te beginnen met eenvoud. Wat drijft ons en van wie aan­vaar­den we hulp bij het on­der­schei­den? Noemen we ons eigen verlangen de ‘Heilige Geest’? Maria, neem ons bij de hand om ons te plaatsen voor de adem van de Geest, op de weg die ons leidt naar de toe­komst die Hij voor ons wenst en waar­van Hij voor ons droomt.

In onze tijd groeit het verlangen en het streven naar God; men merkt dui­de­lijk een open­lijke zoek­tocht naar God in talrijke kringen van de samen­le­ving en bij jon­ge­ren. Vaak bezoeken velen, op hun eigen manier en buiten de in­sti­tu­tio­nele wegen om, de Maria-hei­lig­dommen, aange­trok­ken door een “ik weet niet wat”. Hoe kunnen wij de Maagd Maria aan hen voor­stel­len als degene die altijd moe­der is, die ten volle heeft beleefd wat zij zoeken en die, wanneer zij in alle eenvoud en oprecht­heid tot haar spreken, naar hen luistert? Hoe kunnen we deze ont­moe­ting tussen zoveel onte­vre­den zoekers en de Maagd Maria verge­mak­ke­lijken, op deze plaatsen waar ze zo dicht bij haar zijn, en hen aan­moe­di­gen om een weg in te slaan van inner­lijk­heid, spiri­tua­li­teit en gebed?

Onze traditie is er trots op te zeggen dat de Karmel volle­dig mariaal is. Wij willen volle­dig aan Maria toebe­ho­ren en, als haar broe­ders en zonen, het avontuur en de erva­ring van het gebed en de intimi­teit met Jezus door­ge­ven, die op dit moment in onze ge­schie­de­nis op het punt staat herboren te wor­den.

3. Nieuwe stappen, met Maria

3.1. Zich laten lei­den door de Geest

In de brief die ik aan de provinciale kapit­tels heb gericht, schreef ik: “Wij stellen de kapit­tels voor om in het provinciaal project een fun­da­men­teel thema op te nemen dat volgens ons dringend nieuw leven moet wor­den ingeblazen: onze erva­ring van God en van het mentale gebed, zowel per­soon­lijk als gemeen­schap­pe­lijk. De karmeliet is mystagoog van een geleefde erva­ring”. En ver­vol­gens verdui­de­lijkte ik: “Hoe kunnen we te­rug­ke­ren naar het tere­si­aanse gebed en getuigen zijn, mystagogen van deze erva­ring?”

Deze nieuwe uit­daging die wij aan de hele Orde hebben voor­ge­legd, raakt aan een ander fun­da­men­teel aspect van onze iden­ti­teit: wij zijn bij uitstek mannen van gebed, mis­sio­na­rissen en broe­ders. Wanneer we onze blik richten op de berg Karmel, op onze eerste broe­ders en op degenen die in hun voetsporen zijn getre­den in Europa, dan zien we - afgezien van hun mariale erva­ring - als ken­mer­kend dat zij mannen waren die God had­den ervaren. Het vervult mij met hoop om te bedenken dat we een tijdperk binnentre­den waarin ideo­lo­gische dis­cus­sies plaatsmaken voor de behoefte aan een ge­meen­schap die erop gericht is om weer echte tijd, een ruimte van kwali­teit en een theo­lo­gische diepgang aan ons gebed in de Karmel te geven, zodat we het, door het te onder­wij­zen, aan­ste­ke­lijk maken omdat men ons het ziet beoefenen en als ware mannen van gebed.

Want wie zich laat lei­den door de Heilige Geest (Gal 5,16a), zoals de heilige Paulus zegt, treedt binnen in het mysterie van de levende en ware God. Het is de Heilige Geest die ons met Jezus verenigt en ons, samen met Hem, doet uitroepen: “Abba, Vader” (vgl. Gal 4,6; Rom 8,15-17). In het bij­zon­der gevormd door Teresa van Ávila, zijn wij de bewaar­ders van een schat aan erva­ring in onze relatie met Hem van wie wij weten dat Hij ons liefheeft (vgl. L 8,5). En hoe zou­den wij zo’n kost­baar goed voor ons­zelf kunnen hou­den, terwijl vandaag de dag zoveel mensen er zo dringend op wachten?

3.2 In het gebed ver­blij­ven, met Maria

Om deze schat, die het gebed is, door te geven, vol­staat het niet om lessen te geven over de kunst van het bid­den. We moeten bovenal mannen en vrouwen van het gebed zijn, zowel op per­soon­lijk als op ge­meen­schaps­ni­veau.

Een karmeliet keert zon­der ophou­den terug naar de stilte van het Huis van Nazareth, waar Maria en Jozef alleen oog hebben voor Jezus: zij hou­den van Hem, aanbid­den Hem en be­schou­wen Hem. Van dit huis en deze Heilige Familie hebben wij, de Karmelieten van de heilige Teresia, het ideaal van Nazareth geërfd, samen met Jozef en Maria, meesters in de intimi­teit met Jezus in het dage­lijks leven (cf. L 32,11). Zoals ook broe­der Lau­ren­tius van de Ver­rij­ze­nis ons heeft geleerd, of het nu in de keuken is of in welk beroep dan ook. Een vurige aanwe­zig­heid die ons verliefd maakt. Samen met Maria (Hand. 1,14) berei­den wij ons voor op een nieuw Pink­ste­ren in de Karmel, datgene wat Zij ons wil schenken.

Op de berg Karmel heb ik de afgelopen dagen een groot ver­trouwen in Maria gevoeld, de drang om net als zij ver­trouwen te hebben in de toe­komst, in de weten­schap dat God de wegen zal openen die ons te wachten staan, met de eenvoud en de vreugde van iemand die weet dat zij gesteund en bezield wordt door de Geest. Ik nodig jullie uit om mij te ver­ge­zel­len, arm en moe­dig, in dit ver­trouwen, over­ge­le­verd aan de blik van Maria, terwijl we dank brengen voor dit hoog­feest samen met jullie allen, mijn broe­ders en zusters.

EEN VREUGDEVOL FEEST VAN DE MAAGD VAN DE KARMEL!

Stella Maris, Haifa, 16 juli 2026

+ fr. Miguel Márquez